02/10/2020

In het vakblad Science benadrukken onderzoekers van VIB en UK DRI deze week de noodzaak van een beter begrip van de omgevings- en genetische risicofactoren voor alzheimer. Ze roepen op om genetische variatie te bestuderen in het juiste celtype en binnen de juiste context: “Alleen zo kunnen we vooruitgang boeken in onze zoektocht naar effectieve behandelingen.”

Er zijn vandaag wereldwijd iets meer mensen met dementie dan met kanker, en hun aantal zal de komende decennia alleen nog maar toenemen. Maar net als bij kanker kan ook dementie ontstaan als gevolg van verschillende ziektemechanismen.

De ziekte van Alzheimer is de meest bekende en ook de meest voorkomende oorzaak van dementie; maar het feit dat dementie pas in een ver gevorderd stadium vastgesteld kan worden, bemoeilijkt het onderscheid tussen beide termen, ook binnen wetenschappelijke en klinische studies, legt Annerieke Sierksma van het VIB-KU Leuven Centrum voor Hersenonderzoek uit.

“Mensen met milde symptomen van alzheimer kunnen worden uitgesloten van studies, en tussen de gezonde controle populatie zitten mogelijk mensen die eigenlijk al op weg zijn om alzheimer te krijgen, maar aan wie nog niets te merken is. Dit verkleint onze kansen om de genetische basis voor de ziekte van Alzheimer volledig in kaart te brengen en maakt het dus moeilijker om te begrijpen wat nu de moleculaire en cellulaire triggers zijn die ervoor zorgen dat iemand de ziekte krijgt.”

Een uitweg hiervoor zou zijn om in meer detail in te zoomen op het genetisch risico. “De afgelopen decennia hebben we enorme vooruitgang geboekt om het genetische landschap van alzheimer in kaart te brengen”, zegt Bart De Strooper. "Maar de interpretatie van dit genetische risico is nu onze grootste uitdaging.”

Sierksma en haar collega’s stellen dat we een meer verfijnde definitie van alle aspecten van de ziekte van Alzheimer nodig hebben. Hiervoor moeten we niet meer, maar wel beter gaan modelleren.

“We moeten afstand nemen van het klassieke paradigma van één gen, één functie, één doelwit. Genvariaties beïnvloeden de rol van een gen in specifieke genetische achtergronden (muizen zijn geen mensen), in specifieke celtypes, in specifieke celtoestanden en in specifieke stadia van de ziekte”, schrijft ze deze week in Science, samen met De Strooper (VIB-KU Leuven) en Valeria Escott-Price (Cardiff University, UK DRI).

Een verbeterde definitie zou ook rekening moeten houden met de preklinische fase van de ziekte van Alzheimer, wanneer ziekteprocessen in de hersenen in gang zijn gezet maar er nog geen sprake is van symptomen.

Volgens De Strooper is het gebrek aan inzicht in de mechanismen die beïnvloed worden door genetische variatie het belangrijkste knelpunt geworden in de zoektocht naar nieuwe therapeutische doelwitten voor alzheimer. Hij is ervan overtuigd dat betere modellen voor specifieke ziektemechanismen en een beter begrip van de verschillen tussen patiëntengroepen, ons sneller bij nieuwe behandelingen zullen brengen.

Share this story

Publication