Welke testen moet een vaccin doorstaan vooraleer het toegelaten wordt op de markt?

Vaccinontwikkeling volgt een onderzoekstraject dat vergelijkbaar is met dat van geneesmiddelen. We kunnen dat traject indelen in verschillende fasen: de ontdekkings- en preklinische fase, de klinische fase, de goedkeuring en registratie en tot slot de productie en marktintroductie.

Na elke fase volgt een periode van evaluatie en overleg om uiteindelijk de beslissing te nemen om door te gaan naar een volgende fase of het onderzoek te stoppen. Vaccinontwikkeling is bijgevolg een langdurig en duur proces, dat vele jaren in beslag neemt en honderden miljoenen euro’s kost, zonder garantie op succes. In normale omstandigheden duurt het tien tot vijftien jaar voordat een nieuw vaccin op de markt kan komen. Lees hier hoe het sneller kon voor coronavaccins.

Ontdekkings- en preklinische fase

Elke ontwikkeling van een nieuw vaccin begint bij fundamenteel wetenschappelijk onderzoek naar het ziekmakende virus of de bacterie om volledig inzicht te krijgen in zijn eigenschappen, functies en interacties met het menselijk lichaam.

Vandaag beschikken we over technologie om snel het volledige genetische materiaal (het genoom) van een virus of een bacterie uit te lezen. Met behulp van computeranalyses krijgen we meteen een goed zicht op de eigenschappen van de potentiële ziekmaker. Dit eerste inzicht, aangevuld met resultaten van chemische en biologische experimenten in het laboratorium, laat toe een selectie van mogelijke antigenen te maken die in aanmerking komen voor vaccinontwikkeling (ontdekkingsfase).

Op basis van al die kennis wordt een afweging gemaakt welke achterliggende technologie (zie hoofdstuk 5 in het dossier) het meeste kans maakt om een veilig en optimaal werkzaam vaccin te produceren. Daarbij wordt ook nagegaan welke hulpstoffen, dragereiwitten, vectoren de kwaliteit van het vaccin kunnen verbeteren. 

Vervolgens worden één of meerdere kandidaatvaccins ontworpen die een rigoureus selectieproces ondergaan op basis van laboratorium- en proefdieronderzoek (preklinische fase). Tijdens deze preklinische fase valt een groot aantal kandidaten af. Naar schatting overleeft minder dan de helft deze fase.

Klinische fase

Een kandidaatvaccin dat op basis van de preklinische fase als veilig en beloftevol wordt beoordeeld, gaat vervolgens naar de klinische fase waarbij het op mensen wordt getest. We onderscheiden drie verschillende fasen:

  • In een fase 1-klinische studie wordt de veiligheid en werking van het vaccin geanalyseerd op een klein aantal vrijwilligers. Er wordt gekeken of er ernstige nevenwerkingen optreden.
     
  • Indien alles veilig blijkt, wordt het vaccin in fase 2-klinische studies op een grotere groep mensen getest. Hierbij wordt in de eerste plaats gekeken welke doses en welk vaccinatieschema kunnen leiden tot een optimale bescherming (vb. worden de juiste afweercellen gestimuleerd, worden er neutraliserende antilichamen geproduceerd, hoelang blijven die meetbaar en actief, …). Daarnaast blijft men in deze fase monitoren voor mogelijke bijwerkingen.
     
  • Indien fase 2 hoopvolle resultaten oplevert, wordt een fase 3-klinische studie uitgevoerd waarbij een veel grotere groep wordt gevaccineerd. In de ontwikkeling van een vaccin is deze vraag de lakmoesproef die de sleutelvraag beantwoordt of vaccinontvangers beter beschermd zijn tegen besmetting ten opzichte van wie niet gevaccineerd werd. Daarbij wordt het vaccin op duizenden tot tienduizenden personen getest. De proeven gebeuren meestal placebogecontroleerd (een groep krijgt het echt vaccin, een andere groep een ‘nep’- of placebovaccin) en dubbelblind (noch de gevaccineerde nog de gezondheidswerker weten of iemand een echt of een placebovaccin heeft gekregen). Alleen de onderzoekers beschikken over deze informatie. Ook nu blijft veiligheid centraal staan in het onderzoek. Deelname aan deze klinische studies gebeurt steeds op vrijwillige basis en mensen kunnen hierover geïnformeerd beslissen.

Goedkeurings-, registratie- en productiefase

Enkel wanneer de resultaten over de hele lijn positief zijn, zal een kandidaatvaccin door de bevoegde overheidsinstanties worden toegelaten voor algemeen gebruik. In de EU wordt dergelijke goedkeuring verleend door EMA, de Europese Geneesmiddelenautoriteit, in de VS door de Food and Drug Administration (FDA), voor Afrika kent de WHO een prekwalificatiestatus toe. Na die toelating moet de producent in België een dossier indienen bij de Hoge Gezondheidsraad die evalueert of het vaccin wordt aanbevolen voor specifieke doelgroepen en/of het wordt toegevoegd aan het basisvaccinatieschema.

Ook moet een dossier worden ingediend voor terugbetaling. Zonder die terugbetaling vallen de kosten van het vaccin ten laste van de gevaccineerde. Tevens moet de producent ervoor zorgen dat de productie van het vaccin wordt opgeschaald, zodat er voldoende doses beschikbaar zijn voor wie het vaccin nodig heeft. Tot slot vindt er nog vervolgonderzoek plaats nadat het vaccin op de markt is gekomen. Het doel hiervan is nieuwe, meestal erg zeldzame, bijwerkingen op te sporen en na te gaan of het vaccin ook op lange termijn voldoende bescherming biedt. Soms noemt men dit ook fase 4 van het klinisch onderzoek.

referenties